Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

Verantwoordelijke redacteur dossier: Karin Leeuwenhoek
Dossiers » Byzantijnse ritus » introductie » De Byzantijnse ritus: een icoon van de hemel

De Byzantijnse ritus: een icoon van de hemel

Door Hanno Uittenbogaard

Terminologie

Als inleiding op deze inleiding eerst een toelichting op de termen "Byzantijnse ritus” en “Byzantijnse Liturgie”. De term “Byzantijnse ritus” wordt in de rooms-katholieke en protestantse theologie gebruikt om het complex van liturgische vormen en diensten aan te duiden die gebruikt worden in de oosters-orthodoxe kerken en kloosters . De term “ritus” wordt in de orthodoxe kerken zelf echter niet gebruikt. Evenmin spreekt men in het Oosten over de “Byzantijnse liturgie”. Deze laatste term is gereserveerd voor de dienst die in de rooms-katholieke bekend is onder de naam “eucharistieviering”. Hij heet dan “de Goddelijke Liturgie”. Onder orthodoxe theologen bestaat er geen algemeen geaccepteerde overkoepelende term die het complex aan liturgische verschijnselen samenvat. Veeleer worden de separate onderdelen genoemd: de liturgie, de vespers, de metten, de uren etc. In sommige westerse orthodoxe gemeenschappen is de term “officie” in gebruik geraakt. Deze westerse leenterm dekt de lading van het grotere complexe geheel echter geenszins: zij wordt immers doorgaans geassocieerd met de diensten die in een klooster op vaste uren van de dag gebeden worden. De niet aan vaste uren gebonden diensten (de liturgie en de sacramentsdiensten) vallen hier niet onder. In het kader van dit artikel wordt naar het complex van oosterse (Byzantijnse) diensten en liturgieën verwezen met de term “orthodoxe eredienst”.

In de westerse literatuur wordt dikwijls gesproken over de “Byzantijnse en de Slavische ritus”, suggererend dat er een fundamenteel onderscheid zou bestaan tussen beide vormen van orthodoxe liturgieën. In werkelijkheid is dit niet het geval.

Het is in de orthodoxe kerken traditie dat alle liturgische diensten gecelebreerd worden in de volkstaal: in Griekenland is dat dus het Grieks, in Rusland het Russisch (zij het een archaïsche vorm ervan), in Servië het Servisch, in Roemenië het Roemeens, etc. In Nederlandse orthodoxe kerken worden alle diensten dan ook in het Nederlands gecelebreerd en gebeden. Tussen de Byzantijnse en Slavische “ritus” bestaat geen enkel significant verschil, behoudens de taal waarin zij gebeden worden. Men zou, in het verlengde hiervan, met evenveel recht kunnen spreken over de “Servische ritus”, of de Roemeense ritus, of zelfs de Nederlandse. De Slavische ritus is net zo Byzantijns als de Byzantijnse. 

Spirituele achtergrond

God schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis, naar zijn icoon (εἰκων), zoals de Septuagint in het Genesis-verhaal vertaalt. Iconen spelen een belangrijke rol in de orthodoxe spiritualiteit en eredienst. Een icoon is geen artistieke afbeelding, een kunstzinnige voorstelling van een inspirerend persoon of een cruciale gebeurtenis uit het Evangelie of de geschiedenis van het christendom. Een iconenschilder maakt zijn icoon onder voort-durend gebed, en hij of zij beeldt de heilige persoon of gebeurtenis af op de manier zoals de Schepper het bedoeld had. Een icoon is geabstraheerd van de concrete aardse werkelijkheid en probeert het beeld van God in de heilige transparant en zichtbaar te maken. Hoe beter de schilder daarin slaagt, des te meer transparantie in de icoon aanwezig is. Dat wat de afgebeelde persoon heilig maakt, wordt toegankelijk voor de aanschouwer en biedt op die manier een pad, dat de gelovige kan bewandelen, simpelweg door de icoon te zorgvuldig te aanschouwen. Een icoon is geen venster  op de hemel, het is een weg ernaar toe. Een icoon is daarom geen kunstobject, maar een liturgisch voorwerp. Iconen schilderen is geen artistieke, maar een liturgische bezigheid. Een icoon hoort niet thuis in een museum of galerie, maar in een kerk of in een huiskamer.

Op dezelfde manier kan de kerk, de plek waar de eredienst plaatsvindt, gezien worden als een levende icoon van de Hemel. De dienst in de kerk is niet alleen een verzinnebeelding van het ideale samenzijn van mens en God, van mensen onderling in voortdurende aanbidding, vrij van de smetten van vooroordeel of verdeeldheid. Niet alleen is de ere-dienst een afbeelding van het Hemels Koninkrijk: de materiële componenten van een dienst, de gezangen, de wierook, de gebeden en de mensen van vlees en bloed, vormen, net zoals de verf, het eigeel en de houten plank van een icoon, ook een pad naar dat Koninkrijk.

Liturgische tijd en wereldse tijd

Van orthodoxe diensten is het algemeen bekend dat ze nogal lang duren. Een gemiddelde liturgie op zondagochtend duurt al snel twee uur. Meestal worden voorafgaand aan de liturgie ook de metten gebeden. Bij elkaar opgeteld zal een zondagsdienst in de meeste parochies daarom al gauw drieënhalf uur duren.

Aan aspirant-orthodoxen wordt aangeraden om bij het binnentreden van de kerk je horloge af te doen. Dit advies helpt je de tijd, waar de gebeurtenissen van de wereld zich in afspelen, achter je te laten en je over te geven aan de tijd van het hemelse koninkrijk. Wat dat precies is, laat zich moeilijk omschrijven. Een significant kenmerk is echter wel de irrelevantie van wereldse tijd, van de klok. Een eeuwigheid kan vijf minuten lijken, en vijf minuten een eeuwigheid. Soms het lukt het de gelovige heel goed om zich daaraan over te geven en om zich urenlang in meditatieve staat aan het gebed over te geven. Soms lukt dat minder goed. Dat verklaart het voor westerlingen wat vreemde verschijnsel dat orthodoxen bijna nooit “op tijd, dat wil zeggen bij het begin, bij een dienst aanwezig zijn. Ze komen wanneer ze willen, en gaan wanneer ze willen. Orthodoxen zijn, naar eigen beleving, immers altijd “op tijd”. 

​Monastiek en seculier

De orthodoxe Kerk kent nauwelijks een onderscheid tussen monastieke en wereldse eredienst. De liturgische boeken voor kloosters en parochies zijn identiek.  De volledige cyclus van het officie zal in een klooster iedere dag (vrijwel) volledig gebeden worden, in een parochie echter niet. In een parochie beperken de diensten zich doorgaans tot het weekend en de feestdagen en in parochie zullen evenmin de uren, de completen en het middernachtsgebed vaak gebeden worden.

Een priester heeft niet de vrijheid de inhoud van de dienst aan te passen of te verande-ren, in sommige gevallen heeft hij echter de vrijheid een kortere versie van een gebed te zeggen, of bepaalde gebeden weg te laten. In alle gevallen is hij echter gebonden aan het “Typikon”, het door alle orthodoxen erkende “spoorboekje” van de eredienst. Het Typikon geeft ook aan wanneer een gebed ingekort kan worden. Een in het westen bekend verschijnsel zoals “jongerendienst” of  “kindernevendienst” of een andere gelegenheidsdienst is in de orthodoxe context volstrekt ondenkbaar. 

De preek

De verkondiging, of de preek, die in protestantse diensten vaak een centrale plaats inneemt, is in de orthodoxe eredienst slechts een marginale rol toebedeeld. Formeel is zij geen onderdeel van de eredienst, de liturgie, en zij heeft dan ook geen plaats in het Typikon. In de praktijk zullen echter veel parochiepriesters wel degelijk een korte preek houden, die doorgaans spiritueel van aard is. De plaats van de preek is veelal aan het eind van de catechumenen-dienst, of de woorddienst, voordat de anafora, de feitelijke eucharistieviering, begint. Niet zelden echter wordt de preek bewaard voor het einde van de dienst, of wordt er een stichtelijk woord gesproken tijdens de agapen, het “liefdesmaal” dat in parochies na afloop van de Goddelijke Liturgie in het parochiehuis gehouden wordt. In kloosterdiensten wordt doorgaans in het geheel niet gepreekt.

Verschillende diensten

De orthodoxe eredienst kent in principe vier verschillende soorten dienstenOp de eerste plaats zijn daar de diensten die zijn gebonden aan de verschillende uren van de dag:

•    De Uren: het 3e, 6e en 9e uur, waarbij het negende uur dikwijls voorafgaand aan de Vespers wordt gebeden. 
•    De Vespers: de dienst die gebeden wordt bij zonsondergang en die het begin van de nieuwe (liturgische) dag inluidt.
•    De Completen: wordt gebeden aan het einde van de actieve dag, waarna monniken zich te ruste leggen.
•    Het Mesonyktikon: het Middernachtsgebed, dat bij een nachtwake wordt gebeden.
•    De Metten: de eerste dienst van de dag, het Ochtendgebed, vaak voorafgaand aan de Liturgie gebeden.

Vervolgens zijn er de verschillende Liturgieën (eucharistieveringen) die op zon- en feestdagen gevierd worden:

•    De Goddelijke Liturgie van de H. Joannes Chrysostomus: de bekendste en het meest frequent gecelebreerd. Hij is genoemd naar de anafora (het eucharistisch gebed) die volgens traditie geschreven is door Joannes Chrysostomus.
•    De Goddelijke Liturgie van de H. Basilius: vooral gecelebreerd tijdens de grote vasten en op het feest van de heilige Basilius van Caesarea of Basilius de Grote, op wiens naam de anafora staat.
•    De Goddelijke Liturgie van de H. Gregorius: een dienst van vooraf gewijde gaven, enkel gecelebreerd tijdens de Grote Vasten (paasvasten). Hij staat op naam van Gregorios de Theoloog, ook wel Gregorius van Nazianze of Gregorius de Grote genoemd.

Naast de centrale diensten van de H. Eucharistie kent de orthodoxie uiteraard ook diensten waarin de sacramenten worden voltrokken. Er wordt niet gerekend met een vast aantal van zeven, daar een aantal sacramenten gelijktijdig toegediend worden. In de orthodoxe kerk is de term ‘sacrament’ ook niet gangbaar. Men spreekt over “mysteriën”, om aan te geven dat volgens orthodoxen de heilzame werking ervan zich onttrekt aan discursieve rationaliteit.

•    De Doop: in betekenis niet anders dan in andere christelijke kerken, alleen het gebruik is anders: kinderen (en volwassenen) gaan helemaal kopje onder.
•    De Zalving: in het Westen bekend als het Vormsel. In betekenis niet verschillend, maar ook weer in gebruik. De zalving vindt onmiddellijk ná de doop plaats.
•    De Eucharistie: het deelhebben aan het lichaam en bloed van Christus, ook dit vindt onmiddellijk na doop en zalving plaats. De jongste kinderen gaan dus ook meteen ter communie. Doop, zalving en communie vinden doorgaans in één en dezelfde dienst plaats.
•    De Biecht: biechtstoelen zijn er niet, maar de biecht is wel nog onverminderd populair. Het Griekse woord is “μετάνοια”, dat ‘verandering van geest’ betekent. Veel meer dan een korte opsomming van “zonden” is het biechtgesprek een langdurig gesprek met de biechtvader over de vooruitgang in het geestelijk leven van de gelovige. De biecht maakt onderdeel uit van de intensieve periode van voorbereiding die voorafgaat aan deelname aan de Eucharistie.
•    Het Huwelijk: de orthodoxie kent een kerkelijke voltrekking van de verloving, waarbij ringen worden uitgewisseld. Onmiddellijk daarop volgt de voltrekking van het huwelijk, waarbij de kroning van het echtpaar centraal staat. Sinds ongeveer drie eeuwen worden beide diensten in één keer gevierd, voorheen waren de diensten gescheiden. Voor een orthodox huwelijk is geen voorafgaand wettelijk huwelijk verplicht. 
•    De Wijding: de toekenning van het priesterschap, bisschopsambt, of de monastieke status is eveneens een sacrament..
•    De Ziekenzalving: niet alleen gereserveerd voor hen die de dood nabij zijn.

De Eucharistie wordt in de orthodoxie gezien als een “klasse apart”, het is het grootste Mysterie. Je kunt stellen dat de orthodoxie de Eucharistie kent, plus zes sacramenten.

Tot slot kent de orthodoxe traditie een schat aan kleinere wijdingen, die in zekere zin ook “mysteriën” of “sacramenten” zijn. Een beroemde wijding is de Grote Waterwijding, die ieder jaar plaatsvindt op 6 januari, op het feest van de Theofanie, de Doop in de Jordaan. De priester zegent een natuurlijke waterstroom door gebeden en door er een houten kruis in te werpen. Jonge orthodoxen duiken er, hartje winter, gretig achteraan, in de hoop het crucifix te bemachtigen.

De Goddelijke Liturgie

De Liturgie, of Eucharistieviering, is in grote lijnen vergelijkbaar met die van de rooms-katholieke kerk. De oorsprong van beide tradities is immers gelijk. Een groot verschil is dat verreweg de meeste gebeden in de Goddelijke Liturgie worden gezongen, en niet gezegd.

De Liturgie begint met een dienst voor de catechumenen, de nog niet gedoopten, vergelijkbaar met een woorddienst. Er worden veelvuldig voorbeden gezongen, de gezangen van het betreffende feest of de heilige die herdacht wordt klinken veelal in drievoud. Centrale gebeurtenis in de woorddienst is de Kleine Intocht. De priester maakt vanuit de altaarruimte een rondgang door de Kerk, met het Evangelieboek boven zijn hoofd verheven. De rondgang eindigt voor de centrale deuren van de Ikonostasis, de Koninklijke Poorten, waarbij de priester het volk om eerbied vraagt en God om wijsheid om de boodschap van het Evangelie te begrijpen. Er worden twee lezingen gedaan, één uit de brieven van de apostelen, één uit de Evangeliën. Het Oude Testament wordt buiten de Paasvasten niet in de kerk gelezen.

Na de Evangelielezing wordt de catechumenen gevraagd de kerk te verlaten. Daar geeft overigens niemand gehoor aan, maar de oproep hoort nu eenmaal bij de oorspronkelijke typika, en wordt dus niet overgeslagen. De dienst der gelovigen neemt dan haar aanvang.

Het koor zingt “Wij die de Cherubijnen op geheimnisvolle wijze verzinnebeelden en de leven schenkende Drieëenheid het driemaal heilig toezingen, laat ons nu alle aardse zorgen terzijde stellen”. Dit gezang onderstreept de spirituele betekenis van het samenzijn: de kerk en het kerkvolk zijn een icoon van de hemelse liturgie. 

Na dit gezang komt de priester wederom buiten de altaarruimte, ditmaal met de offer-gaven in zijn handen, die geconsacreerd zullen worden, voor een omgang door de kerk. Dit is de Grote Intocht. Het kerkvolk beantwoordt deze omgang met grote eerbied: men buigt, knielt, of gaat zelfs met het voorhoofd op de grond liggen.  

Na de Grote Intocht “verdwijnt” de priester achter de Ikonostasis, trekt het gordijn achter de Koninklijke Poorten dicht, waardoor heel de anafora, het eigenlijke eucharistische gebed, zich niet zichtbaar voor het kerkvolk voltrekt. 

De orthodoxe Liturgie kent geen specifiek moment van consecratie. Men gelooft dat het hele eucharistische proces zich gedurende de hele dienst voltrekt, vanaf de voorbereiding van de gaven, de geestelijke voorbereiding van de priester en het kerkvolk tot het einde van de anafora. Drie momenten echter krijgen bijzondere nadruk:

•    De anamnesis: het uitspreken van de instellingswoorden bij het Laatste Avondmaal
•    De epiklesis: het aanroepen van de Heilige Geest over de gaven
•    De offerande: het eerbiedig aanbieden van de gaven aan God

Na de priester gaat ook het volk ter communie. Deze staat alleen open voor orthodoxen, die in goede relatie staan tot het altaar waar zij communiceren en die zich door biecht, vasten en gebed op deelname hebben voorbereid. Intercommunie is in de orthodoxe kerk niet toegestaan.

Na de communie van het volk is de dienst ten einde. De priester treedt voor een laatste maal buiten de altaarruimte. Hij heeft een mand bij zich, waarin de resten van de offergaven zijn verzameld, die niet zijn geconsacreerd. Deze biedt hij aan heel het aanwezige volk aan, ook aan niet-orthodoxen, als een teken van broederlijke verbondenheid. Dit brood heet “antidoron”, dat letterlijk vertaald “een plaatsvervangende gave” betekent. Na de dienst komen alle gelovigen tezamen in het parochiehuis voor de “agapen”, het "liefdesmaal" waaraan alle gelovigen deelnemen. Aangezien alle orthodoxen die communiceren al sinds de avond van tevoren hebben gevast, is dit "liefdesmaal" een zeer welkome en vrolijke gebeurtenis.



Bron: Tilburg School of Catholic Theology, met dank aan Hanno Uittenbogaard p.f.